De laatste levensavond

Als de avond valt, springen de lantaarnpalen aan. De schone straten zijn goed verlicht. Auto’s staan keurig op de oprit geparkeerd. Heggen zijn geknipt en geen stoeptegel ligt los. Mevrouw van der Aa gluurt door haar gordijnen naar buiten. Er is niemand. Albert, de bezorgservice van Albert Hein, heeft vanochtend de wekelijkse boodschappen bezorgd. De chauffeur van de supermarkt is de enige levende persoon die mevrouw van der Aa vandaag gezien heeft. Ze zucht en schenkt zichzelf een Grand Marnier in. Voor de spiegel heft ze het glas en zegt: ‘cheers’.

Alles is weg

Mevrouw van der Aa is 83 jaar. Ze woont in het Brabantse Vught, aan de rand van ’s-Hertogenbosch. Het huis waarin ze woont is, heeft ze destijds met haar man en kinderen gekocht. Haar man is dood. De kinderen komen nog sporadisch langs. Ze hebben het druk en er het is hier zo saai voor de kleinkinderen. Haar zoons verlieten hun geboorteplaats, omdat ze niet ‘in een spookstad willen wonen’, zo zei Ton letterlijk tegen zijn moeder.

Mevrouw van der Aa is gezond, maar slecht ter been. Het is een groot huis. Op de twee etages is zij al zeker twintig jaar niet meer geweest. Daar zijn de luiken gesloten door haar man, de dag dat hun slaapkamer naar beneden verhuisde. Er staat een auto voor de deur waarmee ze nog wel eens naar een vriendin in Den Bosch rijdt. Dat is gevaarlijk op haar leeftijd, maar het Vughtse verkeer is vriendelijk en als ze op de binnenwegen blijft, komt ze haast niemand tegen. Mevrouw van der Aa is bang om in de avond de straat op te gaan. Daarom heeft ze haar hond weggedaan en in plaats daarvan een alarminstallatie laten aanleggen. De straten zijn zo leeg. Park Reeburg waar ze vroeger graag kwam, is vervangen door een grote parkeerplaats. Mensen uit de omtrek parkeren daar en pakken de bus als ze naar het theater in Den Bosch gaan. Mevrouw van der Aa denkt terug aan de tijd dat ze in de Speeldoos om de hoek Jan Kersten zag optreden. De cd die hij toen uitbracht, zit in de stereo. Kinderen, ook de kinderen van mevrouw van der Aa, volgden muzieklessen en voerden musicals op in het kleine, maar professionele theater. ‘Alles is weg,’verzucht ze.

Het monotone gezoem van auto’s

De volgende ochtend schijnt de zon. Het is 21 maart 2015. Mevrouw van der Aa opent haar raam, in gedachten hoort ze opgewonden kinderstemmen. Het is lang geleden dat kleuters van groep drie met hun juf door het dorp liepen en aanbelden om een object te ruilen. Haar eigen zoons hadden in het kader van een kunstproject op school hun eigen straat geschilderd, met aquarelverf. De tekeningen hangen nog in de gang. Steeds als mevrouw van der Aa er naar kijkt, valt het haar op hoe levendig de buurt was. Er staan honden en voetballende vriendjes op de aquarel van Ton, in onhandige penseelstreken. ‘Je hoort hier alleen nog het monotone gezoem van auto’s die over de A2 zo snel mogelijk voorbij Vught rijden. Geen kermis, geen markt, geen jeu de boule of bridgedrive meer. Vroeger was alles beter.’ Mevrouw van der Aa loopt in haar ochtendjas naar de telefoon. Ze draait het nummer van de bibliotheek in Den Bosch: ‘Goede morgen, ik vroeg me af of U de nieuwste Salman Rushdie al binnen heeft?’ De vrouw aan de andere kant van de lijn antwoordt vriendelijk dat de bezorger morgen een stapeltje boeken komt afleveren en dat de Rushdie erbij zit. Mevrouw van der Aa leest veel, maar het meeste verheugt ze zich op de komst van de jonge student die haar boeken brengt. Soms heeft hij tijd voor een kop koffie. Ze geeft hem altijd een flinke fooi. Zo koopt ze haar eenzaamheid voor een half uurtje af.

De lol was er vanaf

Naast mevrouw van der Aa staat een huis dat minstens even groot is als het hare. Er wonen twee mensen van een jaar of vijftig. Beiden werken en reizen veel. Soms is er dagenlang geen beweging te zien. Af en toe komt er een glazenwasser of een tuinman. Jos en Anneke van Lierop hebben hun huis vijf jaar geleden gekocht. Ze zochten een rustige plek om te wonen, dichtbij de voorzieningen van een grote stad. Ook handig was dat de supermarkt om de hoek tot 22.00h open bleef. Die is nu weg, filialen op de Helftheuvel en Pettelaerpark zijn rendabeler. Allescafé De Gereghthof waar Anneke met kantoor nog wel eens een vorkje prikte, is dicht. De dochter van Lambert heeft nog geprobeerd om alleen de weekenden open te zijn, maar dat hield ze niet lang vol. De lol was er vanaf, om over de omzet maar te zwijgen. Anneke en Jos zijn gisteren naar de makelaar geweest. Ze willen hun huis weer verkopen: het kan ook té rustig zijn.

Een wijk van Den Bosch

Het begon allemaal met de gedachte dat Vught een wijk van Den Bosch was. Er moest bezuinigd worden. Terwijl in grote steden, zoals Tilburg met projecten als ‘verrijk je wijk’ de sociale cohesie in buurten werd verstevigd, ging in Vught het mes in alle sociaal-culturele voorzieningen. Aanvankelijk maakte niemand zich er erg druk over. Den Bosch, Eindhoven en Tilburg hebben genoeg te bieden. Het Vughts historisch museum sloot als eerste de deur, een paar maanden later volgden de bibliotheek en de Speeldoos. Rozenoord waar ouderen en mensen met lagere inkomens cursussen volgden en elkaar ontmoetten blies de laatste adem uit. Vughtse kunstenaars verloren hun podium toen de kunstuitleen de huur niet langer kon betalen. Ze vertrokken de een na de ander. Het basisonderwijs ging zienderogen achteruit. De scholen moesten voor voorstellingen naar de stad en ouders met drukke banen hadden geen tijd om de kinderen weg te brengen. Boeken lenen en kinderen leren hoe een bibliotheek werkt, was er niet meer bij. Het programma Kunst in de School bestond alleen nog op papier: gebrek aan geld en aan voorzieningen. Steeds meer Vughtenaren besloten hun kinderen in Den Bosch onderwijs te laten volgen. Degenen die de mogelijkheid zagen, verhuisden ook naar de stad: ‘Nu kunnen de kinderen tenminste weer zelf naar school, de muziekles en voetbal fietsen.’

Na de kaalslag in de cultuur volgde de detailhandel als vanzelf. De Kaasstulp verdween van het Marktveld. De visboer op het Moleneindplein kreeg steeds minder klanten. Kapsalon Aphrodite verhuisde naar Huize Elisabeth, waar nog de enige klanten zaten. Bas en Mark Hamers verkochten de zaak van hun vader.

Vught verarmde en nu, in 2015, wonen er alleen nog eenzame oude mensen en een handjevol tweeverdieners die hun bestedingen buiten het dorp doen in het centrum, omringd door achterstandswijken waar de verpaupering met de dag toeneemt. Centrum Vught is een steriele compound geworden. Keurig en schoon, zonder carnavalsbandjes en sinterklaasintochten, zonder sportverenigingen en cafés. Geen onvertogen woord valt in de stilte.

Mevrouw van der Aa gaat vroeg naar bed op die mooie eerste lentedag in 2015 en hoopt voorgoed in te slapen. ‘Alhoewel,’ denkt ze een beetje spottend, ‘ik slaap al jaren in dit mausoleum’.