Snaren

Door Frank van Empel en Caro Sicking

English version

‘Ik loop naar het station om te bellen. Alle telefooncellen zijn bezet. Ik wacht bij een cel met een donkere jongen erin. Hij praat hard in Lingala, mijn taal. Ik probeer niet mee te luisteren, maar kan het niet laten. Het is zo lang geleden dat ik de klanken van mijn moedertaal hoorde. Als hij uitgebeld is, spreek ik hem aan. Het is een aardige jongen. Hij kijkt me vriendelijk aan en vraagt over mijn levens: thuis in Congo en mijn leven hier. Dan vertelt hij over zichzelf. Hij is muzikant, zegt hij. Trots laat hij een cd zien. Ik open het doosje en zie dat er een boekje in zit met de namen en foto’s van de bandleden. Ik blader het nietsvermoedend door, totdat opeens, mijn ogen blijven steken, het lukt me niet eens om te knipperen. “Dat kan niet waar zijn.” Ik knijp mijn ogen samen zoals je doet wanneer je tegen fel licht in kijkt. Sper ze wijd open. En snak naar adem. De jongen vraagt of het wel goed met me gaat.

‘Op een van de foto’s in het boekje staat mijn man, met zijn naam erbij. Ik pak de jongen bij zijn arm en wijs op de foto. “Wie is die man? Waar is die man? Ik moet hem vinden. Het is mìjn man!”

‘De jongen weet het niet. De band was voor de opnames bijelkaar gekomen in een studio en daarna weer uit elkaar gegaan. De studio was in Nederland, maar waar mijn man is gebleven, dat kan hij me onmogelijk vertellen. Hij kijkt me aan met grote donkere ogen en ik lees dat hij voelt wat ik voel. Ik lees het verlies van liefdes in een oorlog, tijdens de vlucht. Hij geeft me de cd met de foto van mijn man. Ik vergeet te bellen. Ik loop naar huis mijn ogen steeds op de foto gericht.

‘Ik zie de naam van de studio op de hoes staan. Een Nederlandse vriendin helpt me zoeken. Na twee dagen heb ik een adres, geen telefoonnummer. Ik schrijf een brief. Weer twee dagen wachten. Dan gaat de telefoon. Híj is het, hij is het echt. Net zo verbaasd en net zo in shock als ik. “Ben je het echt?” vraagt hij, keer op keer. “Ja, ik ben het!” Morgen komt hij naar me toe. Dan zien we elkaar weer, na vier jaar. Vier lange jaren waarin we niet wisten of de ander nog in leven was.’

Marie Chante vertelt in één adem over het wonder in haar leven: de cd die haar en haar man weer bijelkaar bracht na een verwarrende vlucht uit Congo.

Transcription by Eric Johansson

Ok, I have tabbed the main guitar part on this beautiful song, it is repeated over and over with some changes that are easy to hear.

      C                G                      Am                   F         
e---------0 -----------3-----------------------------------------------------
b---------1------------3-----------------------1-----------------------------
g--------0-------------------------------------2-----------------------------
d----------------------------------------------2--------0h2----3--3----2---2-
a---3--------------------------2---3----0------------------------------------
e-------------0h1h3----------------------------------------------------------

Date: Tue, 18 Feb 1997 14:49:57 +0100 (MEZ)

We lopen door Rabat. Op zoek naar een muziekwinkel. Onze gastheer Max was diep geroerd toen hij over Marie Chante hoorde. Max Moulay is een Marokkaanse Jood, opgegroeid in Canada. Hij is pas een paar maanden in Rabat en runt restaurant La Caravelle in de oude gevangenis aan zee. We slapen bij hem en eten dagelijks in zijn restaurant. Het enige restaurant in Rabat dat alcohol schenkt. In ieder geval het enige waarvan wij het weten. Er staat een oude gitaar in de werkplaats van Max. Tenslotte is hij couturier van beroep. In Tanger heeft hij een klein naaiatelier waar twee mensen werken. Gisteren hebben we gezongen. Zonder gitaar. Twee snaren van de gitaar zijn kapot. We zoeken een winkel waar we nieuwe snaren kunnen kopen.

‘Geen idee,’ antwoordt de man op onze vraag naar een muziekwinkel. ‘Rabat is een financieel centrum. Hier wordt geen muziek gemaakt.’ Inderdaad is Rabat de meest Westerse en strak georganiseerde stad van Marokko waar wij deze zomer komen. Ze hebben er zelfs wielklemmen. Maar ineens zijn daar de Congolezen, landgenoten van Marie Chante. Ze lopen swingend over de brede stoep, grote gitaren op hun rug. Ze brengen ons naar een winkel naast een internetcafé. De Marokkaanse vrouw achter de toonbank kijkt gealarmeerd op: vijf witte Europeanen en twee pikzwarte Afrikanen druk gebarend en pratend. Er staan tien gitaren om op te spelen, bongo’s en nog een stuk of wat instrumenten die iedereen gewoon mag proberen. Een van de jongens pakt een gitaar. No woman no cry. C G Am F. Hij tokkelt. De andere begint te zingen. De vrouw ontspant. Ze komt achter haar toonbank uit, wiegende heupen. Een uur later swingen we met capo d’astro én nieuwe snaren voor Max de winkel uit.

www.chordie.com/chord.pere/tabfu.thudspace.net/fugees/no_woman_no_cry.tab

De tafels worden afgehaald. Er komt een fluit uit een tas. Een mandola wordt uit de auto gehaald. In het verwarmingshok vinden we de gitaar. Des geeft de toon aan. Hij zingt. Ierse volksliederen. Lepricorns op zijn schouder. Ierland versloeg de Engelsen met 43 – 13 in Croke Park vandaag. Rugby. Six Nations. In het stadion waar op Bloody Sunday in november 1920 14 Ieren werden geëxecuteerd door de Engelsen. Het stadion waar nooit een Engelse sport gespeeld mocht worden. Het stadion gebouwd uit puin van in 1916 vernietigde delen van Dublin. Vernietigd door de Engelsen. In dat stadion klonk vandaag God save the Queen. De witte Engelsen oog in oog met de groene Ieren. 43 – 13. De vakbondsman zingt met diepe stem. Ogen dicht.
Het is 24 februari. Morgen gaat Sculpting Life in première. Een documentaire over Rowan Gillespie. We zitten in zijn huis. Eten, drinken en muziek. Erwin, bijna twintig, pakt de gitaar zo gauw Des is uitgezongen. Hij wil muzikant worden. Schrijft zijn eigen nummers. Hij stemt. Pats, de snaren springen.

Bij de douane moesten we onze koffers uitpakken. Het nagelschaartje mocht niet mee. De nieuwe gitaarsnaren van een arabisch merk wekten wel verbazing, maar we werden er niet voor aangezien dat we de piloot ermee wilden wurgen. We mochten door, met snaren. ‘Dat zijn de snaren die we in Rabat kochten, voor Max.’ ‘Hoe komen die in de koffer?’ ‘Geen idee. Ik zal ze er wel nooit uitgehaald hebben.’ De gitaar van Max bleek een Western gitaar. Wij hadden snaren voor een Spaanse gitaar gekocht. Dus gaven we Max andere snaren en hielden deze zelf zonder ze ook maar uit te pakken en brachten ze mee naar Dublin om Erwin te helpen zodat hij kan spelen voor een groep mensen die hij graag wil laten horen wat hij kan. De wijn is uit de fles. Alle Ieren kunnen zingen.

e|--------------9---------------------------------------
B|--------------9h11p9----------------------------------
G|8--10-------------------------------------------------
D|-------11--8------------------------------------------
A|------------------------------------------------------
E|------------------------------------------------------

That's about it for now...let me know what you think of this transcription, because I have plenty more just like this one...Thanks :o)

Tonen en klanken vormen een eigen werkelijkheid en verwijzen niet naar iets dat bestaat. Of je nu in Rabat gitaar speelt of in Dublin de bodhràn slaat. Iedereen kan mee doen. Er is net zoveel verschil tussen de mensen die je ontmoet als tussen de manieren waarop je een lied kunt spelen. Alle muziek is wereldmuziek en grenzeloos, verbindt mensen zonder dat ze elkaars taal spreken, zelfs zonder dat ze elkaar kennen, kunnen kennen, willen kennen, door jaren, over grenzen, voorbij leeftijden, langs kanonnen en over godsdiensten heen.

I don't think that the G/B in the first line of the chorus is correct. It sounds to me like that chord dives lower, I'm guessing to an Em. Corrected as such.

[G]   [C]   [G/B]     [Am7]     [F]   [C]   [F]   [C]   [G]
[C]        No [G/B]woman, no cry.[Am]
[F][C]     No [F]woman, no [C]cry.
[G][C]     No [G/B]woman, no [Am]cry.
[F][C]     No [F]woman, no [C]cry.[G]

Mariana Lazarevic heeft haar lange krullen kortgeknipt om acht uur op de ochtend van diezelfde 24ste februari waarop Des Ierse volksliederen zingt. Ze zit in haar gloednieuwe atelier om zich heen te kijken. Productie. Productie moet er komen.
Een nieuwe show staat op het programma en de modellen moeten aangekleed raken. De goudrode lokken vallen om haar heen als plukken wol. Streng na streng. Ze kan ze bijna horen. Ze klinken als het luiden van de klok aan de muur van haar oma in Belgrado. Ze knijpt met haar ogen. Krassend potlood op de maat van Depêche Mode. De maat van stikken. Zacht. Scheurend. Mariana kan zingen, maar ze doet het nooit. Haar stem zit in de chinese stof van een galajurk gekooid door zwart zijden lint. Hij klimt omhoog langs donkere kragen wit doorgestikt. Hij buigt om slanke heupen tussen de rouches. Hij verdwijnt in een mouw, ultralang de hand verbergend. Hij haalt uit in rafels, draden en valt terug in de naden, plooien en strikken van stof. Eerder veel eerder toen Yoegoslavië net uit elkaar gebarsten was, lang voor deze show: haut couture, zong Mariana aan een houten stamtafel Italiaanse liederen. Haar krullen waren armlang en koperrood en klonken nog niet als het uur van oma. Ze zong uit volle borst, begeleid door gitaar, sambaballen, een Ierse Bodhrán en een rinkelding van dopjes van frisdrankflesjes. Dat was op de dag dat ze de Kroatische Mariana had leren kennen. Door Nederlandse vrienden. In een galerie in Den Bosch, ver van Belgrado, ver van Zaghreb.

Der Welt - Le Monde - ο κόσμος - The World - El Mundo - мир - Il Mondo - 世界 - 세계 - De Wereld - The Internet